woensdag 25 december 2013

Ost Alfred

Gewoon genieten van een Vlaams kunstenaar zijn werken die ik op de website van veilinghuis De Vuyst in Lokeren vond december 2013




zijn geboortehuis in Zwijndrecht
Alfred Ost werd op 14 februari 1884 in Zwijndrecht geboren. Het geboortehuis staat nog steeds aan de Burchtsestraat 54. Vader Ost, afkomstig uit een schippersfamilie, was weinig honkvast.

In 1895 werd hij op kostschool naar Wallonië gestuurd om er Frans te leren. Van 1898 tot 1901 liep hij school in het Klein Seminarie in Hoogstraten. Maar de humaniorastudies lagen hem niet; hij wou naar de academie om kunstenaar te worden.

Oorspronkelijk verzette vader Ost zich hiertegen, maar in 1901 was het zover.

In 1902 verhuisde het gezin naar Mechelen. Hier brak het kunstenaarstalent van Alfred Ost volledig open. Hij volgde lessen schilderkunst aan de academies in Mechelen en Antwerpen en dierschildering bij J. Van Leemputten aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen. Typisch voor zijn werken tijdens deze Mechelse periode was de volksverbondenheid met folkloristische trekken en pittoreske facetten, soms licht karikaturaal en hekellustig.

De eerste grote tentoonstellingen in Brussel (1913) en Antwerpen (1914) plaatsten Ost in de algemene belangstelling, als de uitbeelder van het volkse en landelijke leven, van optochten en bedevaarten, van het stedeschoon en van de paarden.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vluchtte de familie Ost naar Nederland. Begin 1915 kwam ze in Amsterdam terecht, waar Alfred Ost zich in de kunstdrukkerij Kotting als een volwaardig lithograaf ontwikkelde. Ononderbroken zette de kunstenaar er zich belangeloos in voor de slachtoffers van de oorlog door het maken van prentbriefkaarten, affiches en litho’s, waarin het oorlogsleed afgebeeld werd.

Vanaf 1919 vestigde Alfred Ost zich in Borgerhout-Antwerpen. Zijn kunst- en levensinzichten kregen nu meer diepgang. De periode van 1922 tot 1939 kan beschouwd worden als een tijd van artistieke hoogconjunctuur. Levensechte spanning en bewogenheid kwamen in de plaats van het blijmoedige en feestelijke uit zijn eerste periode.

Hij werd tekenleraar in enkele lagere scholen omdat zijn kandidaturen voor de functie van leraar aan de Antwerpse Academie onbeantwoord bleven. Persoonlijke pogingen om een permanent museum voor zijn oeuvre op te richten, mislukten eveneens.

Thema’s zoals vereenzaming, persoonlijke loutering en onbegrepenheid kenmerkten steeds meer zijn werk. Toch geven precies deze factoren aan zijn oeuvre de onbegrensdheid waarin ook de moderne kunstliefhebber zich voelt opgenomen.

In de dertiger jaren schonk hij een deel van zijn werken aan Mechelen, Roosendaal, Hoogstraten en ’s Hertogenbosch.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Alfred Ost als gast opgenomen in het Sint-Xaveriuscollege in Borgerhout en in het Sint-Michielscollege in Brasschaat. Daar bracht hij grote houtskooltekeningen op de muren aan. Aan het einde van de oorlog verbleef hij enkele maanden in het klooster van Don Bosco in Groot-Bijgaarden.

Alfred Ost stierf in Antwerpen op 9 oktober 1945, kort na zijn laatste grote tentoonstelling in de zoo. Alle daar tentoongestelde werken, geschonken aan de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen, kunnen symbool staan voor een kunstenaarsleven dat zich volledig aan de volksgemeenschap wou geven
. bron www.zwijndrecht.be



--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Alfred Ost


Alfred Ost aan het werk, 1909
Alfred Ost aan het werk, 1909
Alfred Ost werd op 14 februari 1884 in Zwijndrecht (België) geboren. Nadat hij in 1902 lessen aan de Mechelse en Antwerpse Academie had gevolgd, begon zijn professionele carrière. In de volgende jaren won hij enkele prijsvragen en kreeg hij zijn eerste opdrachten. Ost maakte vooral afbeeldingen van het dagelijkse leven in Mechelen, waar hij sinds 1902 woonde.
Nieuwezijds Voorburgwal, ca. 1911. Gebouw van de steendrukkerij van Jan Kotting
Nieuwezijds Voorburgwal, ca. 1911. Gebouw van de steendrukkerij van Jan KottingToen België in augustus 1914 met Duitsland in oorlog raakte, wilde hij niet in Vlaanderen blijven. In oktober van datzelfde jaar vluchtte hij met zijn familie naar Sluis. Begin 1915 trok hij verder naar Amsterdam. In de grote stad kon hij aan de slag bij de steendrukkerij van de firma Kotting. Jan Kotting, hoofd van de drukkerij, kon het goed met Alfred Ost vinden en ïntroduceerde hem in de Nederlandse kunstwereld. Ost kon affiches maken voor verschillende opdrachtgevers. Ook gaf hij lezingen over kunststromingen in het Stedelijk Museum.
Ost voelde zich diep betrokken bij het lot van de vele Belgische vluchtelingen en krijgsgevangenen. Hij ondersteunde deze groepen door het vervaardigen van prentbriefkaarten, affiches en dergelijke ten bate van liefdadigheidscomités. Na de oorlog, in 1919, keerde Ost terug naar België. Alfred Ost is gedurende zijn gehele carrière actief geweest als ontwerper van reclames. Hij hanteerde daarvoor een eigen, zeer herkenbare grafische stijl. Zijn Amsterdamse periode speelde in die ontwikkeling een belangrijke rol. Ost overleed op 9 oktober 1945 in Antwerpen.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Alfred Ost































































en nog een paar werken die ik op het internet vond waaronder een reeks van zeven over de processie van Hakendover.












Voetbalsport 1920








bron http://www.dbnl.org/tekst/_vla016198401_01/_vla016198401_01_0053.php

Alfred Ost werd 100 jaar geleden, op 14 februari 1884, in Zwijndrecht geboren. Hij was een conflictmens. Hij heeft ten gevolge van zijn aparte opvattingen en handelingen, altijd moeilijkheden gekend, maar ondanks - of misschien dank zij zijn bij momenten egocentrische opstelling... - liet hij ons een weelde aan werken na, die door hun verbluffende verscheidenheid enerzijds en hun innerlijke verwantschap anderzijds, het oeuvre van ‘de meester’ hebben gevormd.
Momenteel is Alfred Ost nog de ondergewaardeerde kunstenaar, die thans in tal van tentoonstellingen wordt herdacht. Dit Vlaanderen-nummer wil een tastbare herinnering zijn aan een mens van goeden wil die tevens een groot kunstenaar was. Hij werd - met de Alfred Ost-monografie van Frans Mertens als leidraad - met de hulp en de raadgevingen van dezelfde auteur die ‘de meester’ zeer goed heeft gekend, op een andere manier, door andere auteurs benaderd. We volgen de kunstenaar, op de voet bijna, van Willebroek over Mechelen, naar Borgerhout, Brasschaat en Groot-Bijgaarden, met tussenin het ommetje dat hem van oktober 1914 tot in het voorjaar van 1919, naar Nederland bracht. Zowel de dierenschilder en de legendarische Ost, als het religieuze aspect in zijn werk, komen in dit nummer aan bod, alsook de vrouw in zijn leven en werk.
Alfred Ost is als kunstenaar een verslaggever van zijn tijd geweest, al schilderde hij, in tegenstelling tot de meeste tijdgenoten, in een volkomen eigen barokke stijl.
Moge dit ‘geschreven beeld’, dat dank zij de hulp van velen in dit Vlaanderen-nummer kon worden opgehangen, ertoe bijdragen, om zijn oeuvre de erkenning te geven die het verdient...
Karel De Decker
Samensteller


illustratie
Alfred Ost, Zelfportret












































































nu te koop op Catawiki mei 2017

nu te koop op Catawiki mei 2017









































Waar kan Alfred Ost als kunstenaar gerangschikt worden?

Alfred Ost was een boeiende en fascinerende figuur. Gedreven en opgejaagd door zijn talenten. Getekend door het artistieke lot. Hij is een reus in onze schilderkunst.
Reeds zijn eerste expositie (Brussel 1913) werd een denderend succes. Een ware revelatie. Ook die van Antwerpen (1914). Als eigenschappen kreeg de schilder toegewezen: veelzijdigheid, technisch meesterschap en een onuitputtelijke verbeelding.
In 1918 maakt hij het aangrijpend portret van zijn stervende Moeder. Het uitbeelden van de moederfiguur is een speciale aangelegenheid. In een dergelijk onderwerp is de kunstenaar meestal op zijn allerbest. We denken hier eveneens aan de onstuimige Constant Permeke die op een hoog gevoelsniveau het portret van zijn moeder tekende: bijna klassiek. Dit is ook het geval met de vier moederportretten van Jos Hendrickx. In het portret van zijn moeder heeft ook Alfred Ost de natuurlijke of instinctieve binding laten spreken, naast de psychologische en affectieve.
Bij het lezen van de opgave voor het artikel dat mijn deel werd, ben ik lichtjes geschrokken: die vraag is niet zo simpel. Ik heb me de vrijheid toegeëigend de titel te interpreteren als volgt: 1o tot welk -isme behoort Alfred Ost? 2o op welke sport van de artistieke ladder dient hij gesitueerd? Beide vragen en antwoorden hebben slechts zin in het licht van het begrip ‘kwaliteit’.
Het is niet eenvoudig Alfred Ost in een vakje onder te brengen. Men weet er geen blijf mee. Deze omstandigheid heeft misschien bijgedragen tot het feit dat de schilder in zekere kringen als een omstreden figuur gold.
Alfred Ost was een ingewikkelde persoonlijkheid die zovele expressievormen nodig had, ofwel kan men zeggen dat hij

illustratie
Alfred Ost, Zelfportret


een schilder was van het volledige leven, van het leven in al zijn facetten.
‘De kunst van Ost is universeel... Ze is beurtelings realistisch, romantisch, barok, praeraffaëlitisch, klassiek en modern, lyrisch en naturalistisch... Alles is symbolisch bij Ost.’ Aldus Robert Van Passen.
Hier kan men nog aan toevoegen dat in sommige werken het pointillisme wordt toegepast en dat er soms expressionistische accenten voorkomen. Bewuste plastische vervorming - zoals de expressionistische - is hem vreemd. Maar anderzijds grenst zijn plastische interpretatie wel eens aan een zekere deformatie.
In het begin van de jaren twintig heeft Alfred Ost kubistische neigingen vertoond. Tijdens zijn reis naar Italië in 1933 werd hij aangegrepen door de klassieke kunst.
Was Alfred Ost dan een vat vol -ismen? Neen, hij was een borrelende, niet te stuiten creatieve kracht. Hij was reeds door geboorte een synthese van al die mogelijkheden.
Hoe het ook zij, Alfred Ost heeft beslist iets te maken met barok. Zijn werk verwijst naar de baroktijd, schreef dr. Juliane Gabriëls. Ook naar ons gevoel is Ost hoofdzakelijk met de barok in verband te brengen en dit o.m. op grond van de grillige, onregelmatige vormgeving en van het element beweging.
De jachtige angst van de vluchtelingen in De vlucht (W.O.I) wordt weergegeven in de voortduwende beweging. De beweging staat over het algemeen vooraan in het werk van Alfred Ost. Ritme is een belangrijk element: het levensritme dat Ost in de vingeren had. Wat een mobiliteit vertoont b.v. De lotelingen! Dat is pure beweging. Wat een zwier zit er in Dansend paar! Sierlijk, gracieus en cirkelend van vorm is De schaatser. Stormachtige paarden, even te vergelijken met Het dionysische gespan, zijn echt Ostiaanse paarden, pris sur le vif.
Uitzonderingen op de beweging worden gevormd door b.v. de priesterfiguren van Requiem (± 1922). Deze figuren zijn in een vrij strakke en statige houding geprojecteerd. Het zijn ‘geblokte’ figuren. De drie celebranten doen hiëratisch aan d.i. zij staan daar op de manier van een heilige, heiligachtig. De zo geprezen losheid en zwierigheid van Alfred Ost blijft hier achterwege. Dit kan toch verklaard worden door het stille gebeuren: een begrafenismis, en door de kubistische neigingen van de kunstenaar in het begin van de jaren twintig.
Hetzelfde verschijnsel doet zich voor in Bouwslaven, een gewassen tekening uit 1922. De titel zegt genoeg. Twee afgesloofde paarden staan tegenover strakke gebouwen. Geen spoor van warme barok achteraan, doch van een strenge, koude lijnvoering. Het constructivistisch karakter van dit werk is wellicht eveneens toe te schrijven aan de toenmalige interesse van Alfred Ost voor het kubisme.
Alfred Ost is de man van de steeds rake, trefzekere, dynamische lijn, van licht- en schaduwspel, van ritme en beweging. De vaart en de grillige lijnen wijzen dus in de richting van een zekere barok. Hierbij dient ook rekening gehouden met

[p. 235]


illustratie
Alfred Ost, Najaarssymfonie, 1913


de abundantia, een overdadigheid die zich voordoet. De typische, grillige lijn van Ost vormt zijn identiteitskaart. De stijl verwijst naar de mens.
Alfred Ost was niet stijlgebonden; hij beschikte wel over een eigen stijl of ‘schriftuur’. Hij is op het eerste gezicht duidelijk herkenbaar.
Deze hemelse zwever - dit is geen kunsthistorische term -, deze alleenloper, dit buitenbeentje is inderdaad niet te vangen in een -isme. Hij is zelf een -isme.
De inhoud speelt bij hem wel een grote rol. Men kan Ost niet losmaken van de inhoud, van het gegeven. Maar de manier waarop Ost tekent, aquarelleert en schildert is altijd veel belangrijker dan wat er op staat. Die manier is trouwens quasi alleenbepalend voor de plastische waarde. Het gebeurt dat een anekdotisch gegeven het motief vormt, maar artistiek is de uitwerking steeds even knap.
Er bestaat een werk Jef van Hoof speelt piano. Alfred Ost was niet onderlegd in de edele kunst van de muziek. Toch ontgaat het de kijker niet dat Ost - zonder technische kennis van de muziek - volledig aanvoelt wat de essentie van die kunst is, namelijk ritme en klank: elementen die Alfred Ost als het ware zichtbaar wist te maken.
Wanneer Ost een paard tekent, doet hij dat niet van de buitenkant af, maar om zo te zeggen van binnenuit. Het is meer een portret dan een algemene figuur. Het is een paard nog meer van binnen gezien dan van buiten. En dat is kunst.
Wij hebben zeer vele exposities van Alfred Ost gezien. Het gebeurt dat niet alle getoonde Osten goed zijn en wij beweren niet dat Ost de grootste tekenaar is van onze planeet. Maar een Ost-expositie is steeds kwaliteit wanneer men een vrij strenge selectie doorvoert. Alfred Ost werkte heel vlug. Hij had dus een omvangrijke produktie. Bijgevolg dient er wel serieus geschift te worden. Niet alleen de snelheid waarmee hij werkte - hij kon bij wijze van spreken een steen tekenen terwijl deze van een dak viel - maar ook het feit dat hij niet één tekening maakte van een onderwerp dat hem boeide, doch een hele serie, heeft bijgedragen tot het grote volume.
Op welk niveau, in welk gezelschap kan men Ost plaatsen?
Met wie kan men hem vergelijken in kwaliteit?
Hoewel voortdurend wordt gezegd en herhaald dat Ost alleen staat, dat hij enig is in zijn soort, moet het toch mogelijk zijn op grond van de kwaliteit bepaalde vergelijkingspunten te vinden. Dat is wel niet absoluut noodzakelijk. Ost is hoge kwaliteit en hij heeft - best mogelijk - met andere artiesten eigenlijk niets te maken. We weten het: hij is praktisch niet te catalogiseren. Maar, hoe dan ook, bewust of onbewust, de evaluatie gebeurt toch steeds in vergelijking met andere artiesten. Met wat inspanning kan men hem qua virtuositeit en veelzijdigheid in de buurt zien van Floris Jespers (1889-1965). Wat creativiteit en impulsiviteit betreft, is hij verwant met de reus Constant Permeke (1886-1952). We hebben ooit gelezen dat de beste tekeningen van Alfred Ost qua kwaliteit mogen vergeleken worden met die van Jacob Smits en zelfs met die van James Ensor. Hier begeven we ons echter op glad ijs. Uiteindelijk spelen namen geen rol. Het werk verdedigt zichzelf. Hoe meer men met ‘het oeuvre’ van Ost in contact treedt, hoe meer men overtuigd geraakt van de grote waarde ervan. Alfred Ost was een uitzonderlijk tekenaar, een uitstekend aquarellist en een zeer goed schilder. Deze exceptionele uitbeelder van mensen en dieren, van zee en Schelde, van kosmische krachten, van volkse gegevens, groeit voortdurend naar een hogere evaluatie. De tijd speelt in het voordeel van deze grote artiest. Het laatste woord is nog niet gezegd over ‘de Zwijndrechtse tovenaar’. De profeten zijn weliswaar reeds lang dood. Maar zeker is het dat Alfred Ost er eigenlijk nog moet komen. Misschien zal men nog een kwarteeuw moeten wachten op de verdiende appreciatie.
De paarden van Ost worden in brede kringen geprezen. Hij is de auteur van aangrijpende menselijke figuren, van geabstraheerde natuursituaties. Vooral de minder literaire

[p. 236]
en veeleer abstraherende werken zijn knap. Zo b.v. Doorheen de chaos, 1932.
Termen als dramatisch, visionair, mystisch en lyrisch zijn gemeengoed geworden in verband met A. Ost. Iemand heeft ooit gezegd: ‘Laten we Plato een beetje minder a priori bewonderen, laten we hem liever lezen’. Mutatis mutandis, kan deze gouden raad gegeven worden aan alle bewonderaars van Ost en ook aan alle liefhebbers van grote kunst: laten we het werk van Alfred Ost zo aandachtig en zo eerlijk mogelijk bekijken.
Er is het artistieke werk: indrukwekkend. Er is het boek van Robert Van Passen: interessant. Er is een dik boek van Frans Mertens: prachtig. Maar de officiële erkenning is lang niet voldoende.
Alfred Ost komt uit zijn werk over als een virtuoos. Hij had niets van een ‘keukenpiet’. Hij was hetgeen wij noemen een zenuwschilder. Ost was ook een man van de geest. Hij heeft getracht de diepere zin van alle fenomenen te doorgronden.


illustratie
Alfred Ost, St.-Annastrand





illustratie
Alfred Ost, De werf

Alfred Ost beeldde al de aspecten van het leven uit en was blijkbaar sociaal bewogen. Zelfs als hij een karikatuur maakte van de mens, bleef hij in de grond nog vrij ernstig. De karikaturale uitbeelding is een van de vele eigenschappen van Ost. Bepaalde figuren zijn wat gechargeerd, echter niet in de totale vormgeving.
Alfred Ost was bovenal een grandioos plastisch artiest. Hij had ‘het’ allemaal wat eigen is aan een groot kunstman. Ost was een ‘kleine, vinnige man’, maar een groot schilder: een kunstenaar voor alle tijden.
Roger Geerts
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De traditie wil dat het Guldenboek telkens wordt bovengehaald bij hoogstaand bezoek. Een kunstenaar krijgt de eer om de pagina te versieren of te 'verluchten'. Bij de Cavalcade in 1938 waren de versieringen het werk van kunstschilder Alfred Ost, nog steeds erg geliefd bij Mechelaars. De Mechelse Ommegang was destijds een onuitputtelijke bron van inspiratie voor hem. Zo maakte hij honderden tekeningen van bekende figuren zoals de reuzen, de paardjes, het Ros Beiaard en Opsinjoor.


"Nadat hij het Guldenboek verluchtte, besloot Ost uit dankbaarheid een groot deel van zijn collectie tekeningen te schenken aan de stad. Daarmee bezit Mechelen nu een van de grootste verzamelingen tekeningen van zijn hand", vertelt schepen van Cultuur Frank Nobels (m+). Ter gelegenheid van de Cavalcade heeft de stad met toestemming van de familie een beperkte en genummerde oplage reproducties van drie van Osts tekeningen uitgebracht. Er werden maar 150 stuks van gemaakt.

Deze beelden, met aanvullend een tekening van het Ros, sieren ook vier verschillende koffiemokken. Tijdens de Hanswijkcavalcade worden ze verkocht aan een vaste stand in de Keizerstraat, een theewinkel Simon Lévelt in de Guldenstraat, en met twee mobiele verkooppunten op de baan. De souvenirs zijn ook te koop bij het Mechels Souvenierke.

bron:http://www.gva.be/regio-mechelen/mechelen/guldenboek-uit-brandkast-gehaald-voor-bezoek-koning.aspx#



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen