vrijdag 26 juli 2013

Baseleer Richard


Richard Baseleer Judocus (Antwerpen30 maart 1867 – Genève20 februari 1951) was een Belgisch kunstschilder en etser.
R Baseleer zelfportret
Richard B. is de derde van links
Hij werd opgeleid door zijn vader, die eveneens etser en lithograaf was. Hij bezocht tevens, zij het korte tijd, de Antwerpse Academie. Van 1926 tot 1936 was hij professor aan het Nationaal Hoger Instituut te Antwerpen.
Baseleer verbleef enige tijd in Venetië en Parijs. Terug in België vestigde hij zich in 1899 in Antwerpen en uiteindelijk, in 1936, in Kalmthout.
Hij vervaardigde taferelen van stadsgezichten, maar werd vooral befaamd om zijn marines en riviergezichten. Dat laatste leverde hem de bijnaam op van 'schilder van de Beneden-Schelde'.
Hij schilderde de havens van Antwerpen en van Venetië. Dezelfde onderwerpen verwerkte hij ook in pasteltekeningen en aquarellen.
Richard Baseleer was lid van de verenigingen van beeldend kunstenaars Als ik Kan en stichtend lid van Eenigen en Kunst van Heden. (bron Wikipedia)

Onderstaand schilderij (olie op paneel 29x23cm) is een impressionistisch stadsgezicht.  Het stelt een eenzame figuur voor in een besneeuwde omgeving.  Er zijn weinig kleuren gebruikt maar dat maakt de troosteloosheid van de scène zo sterk.  Let ook op het diagonaal van linksboven naar rechtsonder.  Signatuur linksonder.

een pentekening:


enkele van zijn werken olie op doek,

De Schelde
Kalmthout (juli 2014 te koop op 2dehands.be)
Marine Schelde 1931 (Ebay sept 2014)

....en nog etsen van de Benedenschelde   bron eerste 4 - http://etsen.blogspot.be/2009/07/baseleer-richard-1867-1951.html




bron: http://etsen-te-koop.blogspot.be/

nocturne











maar ook van een ander onderwerp...
Bedelaar

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Verschenen in de rubriek “Onder de Menschen” door M.J. Brusse in de Nieuwe Rotterdamsche Courant op 26 Mei en 2 Juni 1914.
….Het zal zeker wel interessant zijn wat de vrienden uit die Dordtse tijd van Vincent kunnen vertellen. Zo langzamerhand ligt heel dit rijke, merkwaardige leven voor ons open! Juist deze zomer deed ik in Antwerpen nog nasporingen en sprak nog de schilder Baseleer, die hem daar gekend had. Louis Piérard heeft in de Borinage nagespoord. Zo brengt ieder een steentje….
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vanaf de oprichting in 1905 was Kunst van Heden naast Ça ira! de belangrijkste vereniging van avant-gardistische kunstenaars in Antwerpen. Zo'n vereniging organiseerde 'salons' waar leden en gelijkgezinde kunstenaars hun werk aan een geïnteresseerd publiek konden tonen en waarvan de kunstcritici verslag uitbrachten. Ça ira! gaf een eigen tijdschrift uit sinds april 1920, waarin meningen over kunst naar voren werden gebracht, waarop andere tijdschriften als Lumière (vanaf april 1919), Ruimte (maart 1920) en Sélection (augustus 1920) reageerden. Zo ontstond een geanimeerd kunstklimaat in Antwerpen op een moment dat de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog heel wat oude idealen stukgeschoten hadden. Verderop tijdens de wandeling komen we een werk tegen van Oscar Jespers, aanvankelijk lid van Sélection, in 1924 ook lid geworden van Kunst van Heden.
Naast Frans Franck waren ook zijn broers Louis en Charles als mecenas bij Kunst van Heden betrokken, terwijl R. Baseleer, V. Hageman, C. Mertens en W. Vaes als kunstenaars tot de mede-oprichters behoorden. Onder de latere leden zien we onder meer Jules Lagae, George Minne, Egide Rombaux, Victor Rousseau en Ernest Wynants.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 Nieuw Letterkundig Magazijn
Uitgave van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde
In een in onbruik geraakte barokkapel in de Falconrui kwamen tegen het eind van de negentiende eeuw regelmatig leerlingen van het atheneum van Antwerpen bijeen. Onder de vooral vrijzinnige jongeren daar, trof men onder meer de broers Joris en Emmanuel de Bom, Lode Baekelmans, Victor Resseler, Jan Eelen, Richard Baseleer, Ary Delen en Alfons de Ridder. Deze laatste, die als Willem Elsschot bekendheid zou verwerven, werd er door zijn vriend Delen binnengeloodst.

Toen De Kapel na een paar jaar haar beste tijd gehad had, bleef Ary Delen zich in het gezelschap van enkele Antwerpse kunstbroeders bewegen. Zo raakte hij spoedig bevriend met de schilder Richard Baseleer. Uit de schildersgroep van De Kapel ontstond de kunstkring Eenigen, met naast Baseleer onder anderen ook Eugeen van Mieghem, Walter Vaes en Jakob Smits.5 Kort na de teloorgang in 1902 van Alvoorder, een uit De Kapel gegroeid tijdschriftje, waren Karel van den Oever, Ary Delen en Lode Baekelmans betrokken bij de redactie van het erbarmelijk gedrukte ‘strijdlustig en zeer jong-overmoedig’ Weekschrift voor Vlaanderen.6 Daarin verscheen in 1902 het gedicht ‘De neus van onzen vriend Mus’, van ene Jan Michiels, het pseudoniem van Karel van den Oever. De pretentieloze verzen tekenen de scherpe contouren van de alomtegenwoordige Ary Delen, door zijn vrienden ‘de Mus’ genoemd. Herbergbezoek, geurige tabakskruiden en een grote liefde voor oudheidkunde lopen er als rode draad doorheen.

schilder Richard Baseleer had geen goed woord over voor ‘passeïstische’ kunstenaars zoals Albert Besnard, Lucien Simon en Charles Cottet.
Ook fulmineerde hij tegen zijn vroegere vriend, de kunstenaar Walter Vaes, die hij vanaf 1913 als een tegenstander beschouwde en als een ‘klootzak’ typeerde.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 
Na enkele onopvallende jaren prijkte op de 22ste tentoonstelling van 16 mei tot 5 juni 1904 plots opnieuw een rist tenoren uit de Belgische kunstwereld. Aan de tentoonstelling namen drieënvijftig kunstenaars deel. Slechts negen onder hen waren Mechelaren. Twee jaar eerder had Richard Baseleer in Antwerpen een succesrijke tentoonstelling gehouden. In Mechelen toonde de schilder van de Beneden-Schelde een gezicht dat zijn predikaat illustreert.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Heymans was a pupil of Jacob Jacobs at the Royal Academy of Fine Arts in Antwerp from 1854 until 1856. In 1856 he joined Isidore Meyers – a former fellow-student of the academy – in Paris. Both stayed there until 1858, working in Fontainebleau and Barbizon. They became fascinated by the natural light and went painting. On his return to Belgium Heymans went to live in Wechelderzande. In this village near Antwerp - which he still remembered from his childhood – Heymans painted landscapes with pale tonalities in wide brush strokes. A soft blond light and grey tonalities dominated his palette. During his whole career Heymans continued to depict the same landscape with a sensible eye for changing seasons and the play of light. Through his stylistic evolution Heymans kept on paying attention for the right tonality, the solid composition and the beauty of the line. Adrien Joseph Heymans painted atmospheric landscapes in a light-hearted impression.
Heymans formed together with Florent Crabeels, Isidore Meyers and Jacques Rosseels the School van Kalmthout. All of them were already working around the village of Kalmthout near Antwerp, when in 1861 they met by coincidence. From this day on they formed the nucleus of plein-air artists in the Kempen-region. All of their paintings are characterised by grey tonalities because a monochrome colour scheme is one of the most effective ways to depict the delicate colour nuances of the landscape. An objective vision of the landscape was of primal importance to them. With subtle tonal values and grey harmonies they belong to the forerunners of impressionism in Belgium. From 1866 until 1869 Heymans shared a studio with Florent Crabeels in Antwerp. In 1868 the Brussels landscape painter Théodore Baron showed up in the village of Kalmthout. He told them of equally minded young artists working in the village of Tervuren near the capital. In 1869 Heymans joined Théodore Baron in Brussels. From then on he did spent the winter months in Brussels and most of the year in his beloved village of Wechelderzande, where he build himself a house in 1877. It was here that young artists like Richard Baseleer, Albert Crahay, Henry Deglume, Alfred Hazledine and Henry Van de Velde became his pupils. From 1875 on a few trips to the city of Dendermonde and in Holland led him to spent more attention to reflections of light on water and to use more sparkling colours.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Richard Baseleer heeft nu in zijn Beneden-Schelde het water gevonden waarin hij naar hartenlust zwemt. Zijn hand wordt soepeler, zijn visie fijner, en indien deze jongere, die Hollands meesters als geen waardeert, nog niet overal het diafane en tere onzer vochtige luchten en wijde horizonten heeft uitgezegd met die volkomenheid als alleen het meesterschap vermag, niets belet ons te hopen en te geloven, dat hij de beloften van koen werk welke hij hier, o. a. in zijn groot-gezien Vlaams strand, gaf eens zal verwezenlijken.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
enkele krantenknipsels:




























Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen