maandag 12 december 2016

Felix Eyskens

Ik kon een werk van Felix Eyskens (Antwerpen, 1882 - Deurne, 1968) op de kop tikken.  Een gouache.  Zijn werken worden regelmatig op veilingen aangeboden en gewaardeerd.  Hij kreeg zijn opleiding aan de Antwerpse Academie bij J. De Vriendt en Franz Courtens.




Op het internet vond ik een tekst over deze kunstenaar.  Het werd door de Vereniging voor heemkunde in Klein Brabant gepubliceerd.








Karel Michiels
Toen Felix Eyskens Antwerpen verliet in 1906 was hij vierentwintig jaar oud. Hij had er dan vijf jaar studie aan de Koninklijke Academie- voor Schone Kunsten achter zich. Voor de jonge Eyskens begon toen een zwerftocht die hem eerst naar Parijs, vervolgens zowat door een groot deel van Europa zou voeren. Steeds één doel, zich bekwamen in zijn kunst, leren van de meesters van die tijd, het kaf van het koren scheiden. Zijn eerste halte, Parijs, waar hij in aanraking kwam met La Gandara, Fernand Sabatté, met Waltner, die als een meester van de graveerkunst werd aanzien, van hem leerde hij de waarde kennen van licht en schaduw. Hij volgde er de lessen aan de “Ecole des Beaux-Arts”. Eén zijner werken zou daar een eervolle vermelding krijgen. Dan ook begon hij te werken op het atelier van Fernand Sabatté, die tevens voorzitter was van de “Société des Artistes Français”. Daar bleef hij niet onopgemerkt en werd er atelierchef. Zijn werk werd er met een onderscheiding bedacht. Over zijn Parijse periode zou hij later getuigen: “Te Antwerpen heb ik leren schilderen, maar te Parijs leren produceren.” Maar daar bleef hij, zoals trouwens overal zichzelf. Hij bekeerde zich tot geen enkel ‘isme’, dat zou hij nooit doen. Hij bleef de impressionist die schilderde zoals hij het zag maar met welke voorname sierlijkheid en stijl! Met een brede visie op de natuur, getuigend van een grondige studie.  
Zijn volgende bestemming was Engeland. Hij werkte en exposeerde ook daar met veel succes. Uit Engeland bracht hij zijn vrouw mee, de Engelse domineesdochter Alice Woolley die een begaafde aquarelliste was. We schreven toen 1907. Nogmaals werd hij voortgejaagd door zijn zwerversnatuur. Parijs was weer aan de beurt, daarna verbleef hij in Nederland. De streek van Noord-Brabant genoot zijn volle aandacht. Hij werkte en eposeerde daar ook met veel bijval.

Uiteindelijk kon hij de roep naar Vlaanderen niet weerstaan en hij vestigde zich met zijn gezin te Bornem, 
Rijkenhoek 1. Datzelfde jaar verloor hij zijn echtgenote en bleef alleen achter met drie dochtertjes van vijf, twee en één jaar. Wereldoorlog I trok dan over Europa en zette een domper op veel verwachtingen. Felix Eyskens keerde dan terug naar Antwerpen, huwde er met Clara Pot, een rasechte Antwerpse. Maar Klein-Brabant was hem opnieuw te sterk en in 1916 keerde hij er terug. Het gezin was intussen uitgebreid met een zoon. Zij vestigden zich aan de Kloosterstraat te Bornem. Het zouden nog twee sombere oorlogsjaren worden, de Duitsers verboden immers de Vlaamse schilders in open lucht te werken. Het gezin Eyskens kreeg het toen wel lastig. Felix Eyskens trachtte aan de kost te komen als portretschilder. Toen ook dat onvoldoende bleek, schuwde hij geen ander werk.
Toen de oorlog achter de rug was, werd in 1919 hun huis verkocht en het gezin vestigde zich in het toen nog landelijke Ranst. Met de Nete, Diest en Lier, kortom het Land van Felix Timmermans in de buurt, kende Eyskens een vruchtbare periode en nam definitief zijn plaats onder de allerbeste landschapschilders in Diest met zijn begijnhof had een grote aantrekkingskracht op hem, in zoverre dat we hem bij de beste begijnhofschilders mogen rekenen.

Markt in Puurs
Einde van de jaren twintig verbleef Eyskens in het zuiden van Frankrijk, het gezin was dan uitgebreid met nog een zoon en een dochter. Kwam hij daar onder de indruk van het felle zuiderse licht, misschien wel, zijn werk won aan licht, zijn kleuren bloeiden verder open. Eyskens had ontegensprekelijk ook de invloed van Emile Claus, de schilder van het ‘blijde’ en Albert Baertsoen, de schilder van het ‘weemoedige licht’ ondergaan. Reken daarbij zijn ervaring opgedaan in Engeland aan de Theems, met zijn mist en grijze luchten. Zijn verblijf te parijs en ook elders had hem verfijnd, meer gevoel bijgebracht. In ‘Hoger Streven’ (mei 1931) schreef G. Rard over hem: “Om zijn misteffecten en zonindrukken alleen reeds is Eyskens een kunstenaar van hoge waarde.” Maar Klein-Brabant liet hem niet los. Hij keerde er regelmatig terug, de streek van Bornem, Weert, Hingene, het Scheldeland waar, zegt de Pillecijn,  “de wolken zo groot zijn dat ze een gans dorp omvatten” hielden ook Eyskens gevangen en zouden zoveel voor hem gaan betekenen dat hij daar in 1938 met een deel getrouwen een “Klein-Brabantse schildersschool” kwam stichten. In 1937 genoot het werk van Eyskens grote bijval tijdens de tentoonstelling “Het land van Bornem”, die door duizenden bezocht werd, zelfs van buiten de regio.

Het landelijke Ruisbroek


Toch waren de jaren dertig ook voor hem echte crisisjaren, de welstand die het gezin voor een deel had verworven, verdween. Eyskens die door zijn kunst zijn gezin moest onderhouden, zag met spanning iedere tentoonstelling tegemoet. Toen wereldoorlog II losbrak werd het er niet beter op, maar deze vele vrij sombere jaren konden hem als kunstenaar weinig beïnvloeden. Het was geen reden om goedkoop succes te zoeken. Wereldoorlog II werd naar de geschiedenis verwezen en het culturele leven hernam zijn gang maar het leven werd zoveel drukker; Zelf zocht deze man liefst de stilte op, plaatsen waar het rustig was, trokken hem aan, een Scheldedijk, een stille weg door het bos, een oude hoeve, een koppel paarden voor een boomheurst. Hij schilderde het  maar steeds bleef hij Eyskens “de meester” die op doek bracht wat hij zag en dat lief had. Bij hem geen berekende effecten, geen rekening houden met de kunstmode. Hij heeft zoveel op doek gebracht dat nu verdwenen is, dat zijn werk een grote heemkundige betekenis krijgt. Toen in 1953 overstromingen de Scheldevallei teisterden, kreeg dat zijn volle aandacht. Onverpoosd werkte hij in het overstromingsgebied om de ramp in beeld te brengen en vooral de strijd van mensen tegen de ontketende natuur. Samengevat kan men van Felix Eyskens zeggen, in zijn vlotweg geborstelde doeken vindt men geen berekende effecten, hij was een meester in het impressionistisch spel met fijne kleuren, in het plastisch beschrijven van stemmingen. Op 6 mei 1968 overleed hij op de leeftijd van 85 jaar te Deurne. Van Felix Eyskens kan men zeggen dat hij als mens eenvoudig was maar zijn groot kunstenaarschap als een vlag meer dan een halve eeuw door zijn leven heeft gedragen.

op een andere site vond ik deze tekst: bron: Vlaanderen. Jaargang 34(1985)
Felix Eyskens (1882-1968) waardeerde de natuur, die hij schilderde zoals hij die zelf zag, zonder rekening te houden met een heersende kunstmode. Frisse indrukken deed hij met zwierige toets op het doek herleven. Plaatsen die rust uitstralen, trokken hem het meest aan, omdat die het meest strookten met zijn gemoed: de natuur, waarop hij veelal een brede visie ontvouwde, de waterkant, een oude stad, stemmige hoekjes, vooral ook de Scheldedijken en Klein-Brabant. Zijn zwerversaard had deze Antwerpenaar de natuur leren waarderen. In zijn los geborstelde doeken vindt men geen berekende effecten. Felix Eyskens was een virtuoos in het impressionistisch spel met oogstrelende kleuren, in het plastisch beschrijven van stemmingen. Waar hij zich waagde aan grotere composities, bereikte hij een sterke expressiviteit en kreeg zijn talent een virieler toets.
Felix Eyskens doorkruiste bijna heel Europa, maar het heimwee naar Vlaanderen haalde de bovenhand. In 1913 vestigde hij zich in Bornem, dat hij met zijn omgeving zag als een gedroomd oord om zijn talent tot volle ontplooiing te laten komen. Nog datzelfde jaar stierf zijn Ierse echtgenote en hij trok met zijn kinderen naar Antwerpen. In 1915 keerde hij echter naar Bornem weer. Hij was opnieuw gehuwd, maar de oorlogsjaren waren zwaar: de Duitsers verboden de Vlaamse schilders om in de open lucht te werken. In 1919 werd zijn huis in Bornem verkocht en vestigde hij zich in het toen nog landelijke Ranst. De periode 1925-1930 was erg vruchtbaar en met werken uit die periode nam Eyskens definitief zijn plaats in onder de goede Vlaamse landschapschilders. Hij kon echter niet aan de drang weerstaan om contact te houden met Klein-Brabant, waar hij in 1938, met enkele vrienden van Bornem, een schildersschool stichtte. Aan Hingene en Eikevliet heeft hij menig schilderij gewijd. De overstromingen van 1953 lokten hem alweer naar de Scheldestreek. Wekenlang werkte hij in het overstromingsgebied om de ramp in beeld te brengen, en vooral de strijd van de mensen tegen de ontketende natuur. Felix Eyskens heeft een donkere en een lichtere periode gekend. Hij heeft een zekere invloed van Emiel Claus en Albert Baertsoen ondergaan. Gaandeweg gingen zijn werken schitteren van kleur, zon en licht. Hij bekeek het leven liefst aan de zonnige kant, en zijn werken verraden zijn optimistische geest. In zijn landschappen treft ons de waarlijk picturale sfeer. Bornem en Klein-Willebroek organiseerden een retrospectieve van het oeuvre van Felix Eyskens.

nog een aantal andere werken van hem










































Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen