zaterdag 17 augustus 2013

Méne Jules Pierre


Op mijn schattenjacht kwam ik toevallig op dit beeldje terecht.  Het is in brons.

                                                   Cavalier King Charles spaniel - Whippet ca. 1848
Pierre Jules Mêne (25 maart 1810 – 20 mei 1879) was een Frans dierenbeeldhouwer. Hij wordt aanzien als de pionier in dit vak in de 19e eeuw.

Mêne maakte een aantal beelden van voornamelijk huisdieren maar ook paarden, koeien, stieren, schapen en geiten. 



In London toonde Ernest Gambart in 1849 voor het eerst zijn werk. Hij werkte alleen kleine beelden uit waardoor er geen grote stazndbeelden van hem te vinden zijn.  Zijn werk was immens populair bij de bourgeoisie en het werd massaal geproduceerd om het groeiend aantal privéwoningen te versieren De kwaliteit van zijn werk is hoog en te vergelijken met dat van Barye. Hij genoot lang succes tot hij overklast werd door Rodin.
Bovenstaand beeld is een eerder zeldzaam stuk.  Het draagt het signatuur van Méne en onder de honden is ook een waaier te zien en de versieringen van een tapijt.


De honden




De whippet is een hondenras waarvan de oorsprong niet geheel duidelijk is. Enerzijds denkt men aan een afstamming van de faraohond die naar Engeland meekwam tijdens de Romeinse invasie, anderzijds denkt men aan kruisingen tussen greyhounds, Italiaanse windhonden en terriërs. Dat laatste is waarschijnlijker (al zijn er diverse afbeeldingen met honden die op kleine greyhounds lijken gevonden, die dateren uit het Romeinse tijdperk).
Whippets werden voornamelijk gefokt en gehouden door de Engelse mijnwerkers en werden ingezet voor de konijnenjacht. Deze mensen vormden indertijd de allerarmste bevolkingsgroep in de Britse samenleving en zo kreeg deze 'working class' ook vlees op tafel. Toen dat verboden werd, ging men onderlinge wedstrijden organiseren. De whippet kan in enkele seconden een snelheid van 55 km/u bereiken. Hij is de enige windhond met een goede neus, die hij ook gebruikt om te jagen. De whippet is bovendien een ren- en gezinshond.










De Cavalier King Charles-spaniël is een kleine gezelschapshond, die heel erg gesteld is op gezelschap (zowel andere honden als mensen). Het ras heeft een redelijk lange zachte vacht en lange oren. Het ras stamt uit de twintigste eeuw maar heeft zijn wortels in een ouder ras, de King Charles-spaniël deze verschilt vooral door de snuit. Er worden officieel vier kleuren erkend: Black & Tan, Ruby, Blenheim en Tricolor
De huidige cavalier is een directe afstammeling van de kleine Toy Spaniels die staan afgebeeld op vele schilderijen uit de 16e, 17e en 18e eeuw. De (normale) Spaniels, die voor de jacht gebruikt werden, hadden een aantal uiterlijke eigenschappen gemeen als: lange beharing met bevedering aan de voor-en achterbenen, sterk behaarde vlak afhangende oren, een vriendelijk karakter en een onvermoeibaar kwispelend staartje. De benaming van de rood-witte variëteit van de Cavalier verraadt nog de link met de adel. Honden van deze kleurslag werden jarenlang gefokt door de opeenvolgende hertogen van Marlborough op Blenheim Palace.

bron Wikipedia



De waaier - Geschiedenis

In de 6e eeuw werden er twee waaiers ingevoerd vanuit China naar Japan. De tuan shan (ceremoniële waaier) en de bian mian (rigide waaier).
De tuan shan was een zeer grote ronde waaier die alleen door de elite gebruikt werd voor speciale gelegenheden. De bian mian kreeg de naam uchiwa (団扇) en was een kleine ronde waaier die men makkelijk kon vasthouden.
De kanji voor waaier 扇, oftewel ogi, is een tekening van veren onder een dak en betekend letterlijk ‘lucht agiteren’. De oudste houten waaiers waren niet gedecoreerd met kleur of afbeeldingen. De e-ogi (絵扇) was een waaier met een tekening of kaligrafie op het blad geschilderd en ontstond pas in de 8e eeuw wanneer de waaier een belangrijk deel in de maatschappij begon te spelen. Men kan gerust zeggen dat met de opkomst van de waaier als een statussymbool, de waaier zelf ook status moest kunnen uitstralen. Dit gebeurde met behulp van inkt en houtwerk.

Vanaf de 17e eeuw werden er veel Japanse waaiers uitgevoerd naar Europa. De waaiers waren een representatie van kleine Japanse kunst, gefabriceerd door bekende en minder bekende Japanse kunstenaars.

Functie

In Japan werd de waaier al snel een zeer belangrijk onderdeel van de cultuur. Dit kun je zien aan het feit dat veel onderdelen van de cultuur een waaier met eigen functies kreegen. De dans, het Noh (能) theater, de theeceremonie (茶道), bushi en samurai, de aristocratie en zelfs het gewone volk. Waaiers werden niet alleen algemeen gebruikt in het dagelijkse leven maar werden ook ervaren als een mooie accessoire, als kunst. Verder werd sociale status ook uitgebeeld met de sensu waaier in de rijke afbeeldingen die geschilderd werden op het blad. Etiquette vond zijn plaats in het gebruik van de waaier, bijvoorbeeld met het bedekken van het gezicht. De waaier was in feite een extensie van de hand die men gebruikte in verschillende situaties om accenten op bepaalde acties te leggen, zoals naar dingen wijzen.

Materialen

Een waaier bestaat uit drie onderdelen. Het houten handvat en de ribben, twee bladen en een touw of metalen stuk dat de ribben bij elkaar houd (dit laatste geld alleen bij de sensu waaiers).
Het hout dat men kan gebruiken varieert. Bamboe wordt het vaakst gebruikt, vooral bij de uchiwa terwijl men cipres voor de hi-ogi gebruikt. Sandelhout kan ook gebruikt worden om de ogi een lekkere geur to geven. Ogi werden ook van metaal gemaakt, dit waren speciale waaiers die gebruikt werden door bushi.
Twee bladen werden gebruikt om de ribben van de waaier te beklemmen.
Het blad van de waaier werd van speciaal papier gemaakt. Dit papier heet washi (和紙) en betekend letterlijk ‘Japans papier’. Washi is gemaakt van de zachte binnenkant van planten en bomen. Vervolgens wordt het gedroogd en geweven tot een dik papier. Het voordeel van washi is dat het sterk is en nauwelijks verkleurt in het zonlicht. Washi wordt ook onder andere gebruikt voor het maken van lampen en kamerschermen.
Het blad kan ook van zijde of andere stof zijn. Zijde werd het vaakst gebruikt en was ook het populairst onder de mensen die een wat duurdere ogi wouden.
De kwaliteit van een ogi was makkelijk te herkenen. Veel ribben en een goede aansluiting van het blad op de ribben waren de grootse criteria. Vervolgens kwam de afwerking en eventuele decoratie van het hout. Als laatst de aantrekkelijkheid van de afbeelding. Alleen de kazari- en rikyu-ogi werden gemaakt met zeer weinig ribben.
De ogi heeft geen specifieke afmetingen, maar ogi voor vrouwen waren kleiner en rijker versierd.
Een ogi hoorde vaak ook bij een bepaalde kimono. Het was belangrijk om een ogi te hebben die bij de kleding paste. Als je bij formele gelegenheden geen ogi bij je had, was je niet formeel gekleed.

bron http://mediawiki.arts.kuleuven.be/geschiedenisjapan/index.php/Ogi_(扇)_-_De_Japanse_waaier

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Dit en een ander werk van Méne ter vergelijking
http://www.tennants.co.uk/Catalogue/Lots/90434.aspx#image

andere werken van hem

Everzwijn

Hoornblazer
Papegaai, brons, koud geschilderd ongeveer 46cm hoog
veilinghuis Vandekindere jan 2014

Cheval à la barrière

bron: Wikipedia





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen